Podotherapie Westerpark
In samenwerking met Voetportaal . Afspraak maken: telefoon 020 - 682 65 25
HET NORMALE LOOPPATROON

Het normale gangpatroon wordt bepaald
door verschillende factoren. Belangrijk is
de vorm van de botstukken die samen de
gewrichten vormen en bepalend is voor de bewegingsuitslag.
Andere belangrijke factoren zijn de
spieren, de pezen, banden en kapsels
die ervoor zorgen dat bewegingen ook
daadwerkelijk kunnen plaatsvinden.
De spieren zorgen niet alleen voor de
aanzet van de bewegingen, maar ook
voor het stabiliseren van de gewrichten
en niet te vergeten voor het afremmen
van de bewegingen.



INITIAL CONTACT
Begint op het moment dat de hiel de grond raakt. Het been wordt in de juiste positie geplaatst voor de hiel rocker. De heup is geflecteerd, de knie is in extensie.
De tibialis anterior, de extensor hallucis longus en de extensor digitorum longus zorgen voor dorsaalflexie
in het bovenste spronggewricht.


LOADING RESPONS
Het lichaamsgewicht wordt van het achterste been naar het voorste been overgebracht en hierbij functioneert de ronde vorm van de calcaneus als hiel rocker. De voet wordt op de grond geplaatst door een passieve plantair flexie beweging in het bovenste spronggewricht. De tibialis anterior remt deze beweging af om te voorkomen dat de voet met een klap tegen de grond komt en zorgt er tegelijkertijd voor dat de tibia naar voren beweegt. De knie is licht geflecteerd en fungeert als schokdemper.
Deze beweging wordt afgeremd door de quadriceps femoris om het door de knie zakken te voorkomen.
Het andere been prepareert zich voor de zwaai.

 MID STANCE
In deze eerste helft van de unipedale fase beweegt het been over de voet. Er vindt een dorsale flexie in het  bovenste spronggewricht plaats. Dit keer fungeert de enkel als rocker. De tibialis anterior die in de vorige fase deze voorwaartse beweging initieerde wordt nu geholpen door de quadriceps femoris. De plantair flexoren, de triceps surae en voor een klein deel de flexor digitorum longus, de flexor hallucis longus, de peroneus longus en de peroneus brevis remmen deze beweging af. Het andere been is inmiddels het zwaaibeen en passeert op dit moment het standbeen. Extensie in de knie zorgt voor de stabiliteit.

 TERMINAL STANCE
Tijdens deze tweede helft van de unipodale
fase beweegt het lichaam over de voorvoet
rocker. Het bovenste spronggewricht wordt
min of meer op slot gezet door de soleus en
de gastrocnemius om de hiellift mogelijk te
maken. Deze fase eindigt met de knie in
lichte flexie op het moment dat de andere
voet de grond raakt.

 PRE SWING
Deze fase is de preparatie voor de zwaai en
de tweede bipedale fase. Tot de toe-off zorgen de soleus en de gastrocnemius voor een toenemende plantair flexie in het bovenste spronggewricht.
De hiel is aan het einde van deze fase maximaal gelift. De knie gaat meer flecteren.

initial swing.jpg INITIAL SWING
De voet komt van de grond en het been zwaait naar voren. Deze beweging wordt ingezet door de heupflexoren. De tibialis anterior, de extensor hallucis longus en de extensor digitorum longus zorgen voor dorsaal flexie in het bovenste spronggewricht zodat het been kan zwaaien zonder dat de voet over de grond sleept.
Actie van de gastrocnemius zorgt voor nog meer flexie in de knie. Het andere been is nu aan het begin van de unipedale standfase.

MID SWING
Het been zwaait voorbij het standbeen. Actie van de quadriceps femoris zorgt voor een extensie beweging in de knie.

  TERMINAL SWING
Deze fase is een preparatie voor initial contact.
Om de zwaai af te remmen en de voet weer naar de grond te krijgen zorgen de extensoren voor een verminderde flexie in de heup. De knie is nu volledig in extensie. De voet is in dorsaal flexie tot
neutraal. Het andere been is nu aan het
einde van de standfase.

Bij de normale afwikkeling van de voet raakt de hiel tijdens initial contact als eerste de grond. De stand van de calcaneus is in inversie en hielcontact vindt aan de laterale zijde van de voet plaats. Dit moment is van zeer korte duur en nauwelijks met het blote oog zichtbaar. Meteen nadat de hiel grondkontact gemaakt heeft vindt er tijdens loading respons een snelle pronatie in het subtalaire gewricht plaats. Deze pronatie is nodig voor de schokdemping en is het grootst het begin van mid stance. Daarna is er een langzame reverse beweging van het het subtalaire gewricht van pronatie naar supinatie tijdens terminal stance. Gelijktijdig wordt de hiel gelift en vindt er een dorsaalflexie van ongeveer 21 graden in het metatarso-phalangeale gewricht plaats.

Om de hallux te kunnen afwikkelen zal het gewicht over de caput metatarsalia van de laterale zijde naar de mediale zijde worden verplaatst. De voet zal opnieuw proneren. Aan het einde van pre-swing is het metatarso-phalangeale gewricht in ongeveer 55 graden dorsaalflexie.

 

< naar boven>